Voorbeeld Over mij en portret: advocaat en bedrijfsarts

Fictief voorbeeld. Ilse Brouwer en haar kantoor bestaan niet. Zo ziet een portret eruit na een interview van een half uur, voordat de klant het goedkeurt.

“Ik vertel mensen liever op dag één wat het kost dan op dag negentig.”

Bij Ilse Brouwer hoor je in het eerste gesprek wat je scheiding ongeveer gaat kosten.

Elk eerste gesprek begint bij Ilse Brouwer met een leeg vel papier. Ze schrijft op wat een scheiding ongeveer gaat kosten, en eronder wat de zaak duurder kan maken. “Mensen zitten in de zwaarste periode van hun leven,” zegt ze. “Ze durven niet naar het bedrag te vragen. Dus noem ik het voordat ze ernaar vragen.”

Ilse is advocaat familierecht. Ze helpt mensen die uit elkaar gaan, en vaak hun kinderen, door de maanden waarin het huis en de week van de kinderen tegelijk geregeld moeten worden. Wie haar kantoor binnenloopt, ziet geen dossierkasten. Hij ziet een ronde tafel met vier stoelen.

Het moment waarop ze wist dat dit haar vak was, kwam tijdens haar stage. Ze las de brieven die het kantoor verstuurde en merkte dat ze sommige zelf twee keer moest lezen. “Het stond er allemaal in, alleen niet voor de mensen die het kregen. Toen dacht ik: als ik dit werk ga doen, schrijf ik voor de mensen die de brief krijgen.”

Dat doet ze nog steeds. Elke brief die haar kantoor verlaat, leest ze hardop voor zich uit. “Struikel ik ergens over, dan doet mijn cliënt dat waarschijnlijk ook. Die zin schrijf ik opnieuw.” Het bedrag op dat eerste vel komt uit dezelfde gedachte. “Een rekening die mensen niet zagen aankomen, maakt alles erger. Ik vertel het ze liever op dag één dan op dag negentig.”

Er is ook iets wat ze bewust laat liggen. Ze neemt geen zaak aan van iemand die vooral wil winnen van de ander. “Dat kan ik wel. Ik weet hoe het moet. Maar wie alleen wil winnen, staat vaak jaren later nog tegenover de ander. Daar ben ik de verkeerde advocaat voor.”

Dat betekent niet dat ze nooit twijfelt. Na sommige zittingen vraagt ze zich af of het zo ver had moeten komen. “Soms denk ik achteraf: met een goed gesprek aan tafel hadden we hier niet gestaan.” Die vraag stelt ze nu eerder. Voordat er iets wordt ingediend, bespreekt ze met haar cliënt of een mediator of een gesprek met de andere advocaat sneller is. Die twijfel maakt haar niet kleiner. Hij maakt dat ze een zaak eerst aan tafel probeert op te lossen, voordat er een rechter aan te pas komt.

Die gewoonte houdt ze ook vast als het spannend wordt. Komt er een vraag binnen die ze niet meteen kan beantwoorden, dan zegt ze wanneer ze terugbelt. “Een belofte die ik niet kan houden, doe ik niet. Een tijdstip wel.” Dat tijdstip houdt ze aan.

Wat mensen bij haar komen halen, zegt ze zelf niet graag. Haar cliënten zeggen het wel: dat ze rustig blijft als zij dat niet meer kunnen. Ilse houdt het bij wat ze doet. Ze zegt vooraf wat het kost, en ze belt terug wanneer ze dat belooft.

In het eerste gesprek vragen mensen haar bijna altijd hetzelfde: hoe lang gaat dit duren? “Dat hangt minder van de rechter af dan mensen denken. Het hangt vooral af van of twee mensen nog met elkaar aan tafel kunnen.” Daarom begint ze daar.

Ilse Brouwer werkt aan afspraken waar beide ouders over tien jaar nog mee verder kunnen.

Kernzinnen:

1. Dicht bij haar woorden: “Ik noem het bedrag voordat je ernaar vraagt.”

2. Gemiddeld scherp: Advocaat familierecht die in het eerste gesprek zegt wat je zaak ongeveer kost.

3. Maximaal scherp: Eerst de tafel, dan pas de rechter.

Voor wie wel: ouders die uit elkaar gaan en een regeling willen die over tien jaar nog werkt.

Voor wie niet: iemand die vooral wil winnen van de ander.

Wat ze bewust anders doet: ze noemt de kosten in het eerste gesprek en vraagt eerst of een gesprek aan tafel sneller is dan een zitting.

Ik ben Ilse Brouwer, advocaat familierecht in Zwolle. Ik help mensen die uit elkaar gaan, en vaak hun kinderen, door de maanden waarin veel tegelijk geregeld moet worden. In het eerste gesprek hoor je wat je zaak ongeveer gaat kosten en wat er de komende weken gebeurt. Elke brief lees ik hardop voordat hij de deur uitgaat. En voordat we iets indienen, kijken we samen of een gesprek aan tafel sneller is.

  1. Tijdens mijn stage moest ik sommige brieven van ons kantoor zelf twee keer lezen. Sindsdien lees ik elke brief hardop voordat hij mijn kantoor verlaat. Struikel ik ergens over, dan doet mijn cliënt dat waarschijnlijk ook. Die zin schrijf ik opnieuw.
  2. Hoe lang duurt een scheiding? Dat hangt er vooral van af of twee mensen nog met elkaar aan tafel kunnen. Daarom begint elk dossier bij mij daar, en niet bij de rechtbank.

Paginatitel: Advocaat familierecht Zwolle | Ilse Brouwer

Metabeschrijving: Advocaat familierecht in Zwolle. In het eerste gesprek hoor je wat je zaak ongeveer kost en wat er de komende weken gebeurt.

Bekijk het Portretpakket
Uitgeprinte tekst met gemarkeerde woorden en een pen ernaast

Fictief voorbeeld. Joost Verbeek en zijn praktijk bestaan niet. Zo ziet een portret eruit na een interview van een half uur, voordat de klant het goedkeurt.

“Is hij nu echt ziek? Daar geef ik geen antwoord op.”

Joost Verbeek kiest geen kant. Hij kiest de weg terug naar werk.

In zijn spreekkamer in Amersfoort staan twee stoelen naast elkaar. Er staat geen bureau tussen. “Wie hier binnenkomt, denkt vaak dat ik van de baas ben,” zegt Joost Verbeek. “Als ik achter een bureau ga zitten, bevestig ik dat. Dus zitten we naast elkaar en kijken we samen naar hetzelfde papier.”

Joost is bedrijfsarts met een eigen praktijk. Hij begeleidt werknemers die ziek zijn of dreigen uit te vallen, en hij adviseert de werkgevers die hem inschakelen, van een bouwbedrijf tot een basisschool.

Dat dit zijn vak zou worden, wist hij tijdens een coschap in het ziekenhuis. Een man herstelde goed van een operatie, maar stelde bij elke visite dezelfde vraag: wanneer kan ik weer aan het werk? “Niemand had daar een antwoord op. Het hoorde niet bij de behandeling. Voor hem was het de enige vraag die ertoe deed.”

Die vraag staat nu in het midden van zijn werk. Hij leest geen dossier voor zich uit, hij vraagt hoe een gewone werkdag eruitziet. “Pas als ik weet wat iemand op dinsdagochtend doet, kan ik zeggen wat er nog lukt.”

Er is ook iets wat hij bewust niet doet. Een werkgever vraagt hem geregeld of iemand echt ziek is of geen zin heeft. “Daar geef ik geen antwoord op. Ik zeg wat iemand kan, en wat er nodig is om dat te veranderen. Meer niet.” Een paar opdrachtgevers zijn daarom vertrokken. “Die zochten een arts die hun gelijk bevestigt. Dat ben ik niet.”

Twijfel hoort bij het werk, zegt hij. Bij elke terugkeer weegt hij af of het moment klopt. “Te vroeg kan iemand weken terugzetten. Te laat maakt de stap terug steeds groter. Ik weet het nooit zeker.” Daarom spreekt hij in de eerste weken korter en vaker af, liever twee keer een kwartier dan één keer een uur. Een standaardschema gebruikt hij niet. Elke werknemer krijgt een eigen schema voor de terugkeer.

Het moment waar hij het meest trots op is, zag bijna niemand. Een leidinggevende belde hem op een maandagochtend: een medewerker zou die middag terugkomen, en het team wist niet wat het moest zeggen. Joost reed erheen en zat een uur met het team in de kantine. Over de medewerker zelf vertelde hij niets. “Alleen wat ze die eerste middag konden doen. Welkom zeggen, en geen vragen stellen die je zelf niet zou willen beantwoorden.” Om twee uur liep de medewerker binnen. “Ik heb nooit gehoord hoe die dag ging. Dat vond ik een goed teken.”

Wat anderen over hem zeggen, zou hij zelf niet snel herhalen. Een leidinggevende noemde hem eens de arts die ook naar de werkvloer komt. Joost haalt er zijn schouders over op. “Ik wil zien waar iemand terugkomt. Een magazijn is iets anders dan een klaslokaal, ook al lijken ze op papier op elkaar.” Als de werknemer dat wil, gaat hij voor een terugkeer eerst zelf naar de plek waar het werk gebeurt.

Werkgevers bellen hem meestal met een vraag over de regels: wat er in week zes moet liggen, wanneer het plan van aanpak klaar moet zijn. “Dat leg ik uit, want het moet kloppen. Maar het echte werk zit in het gesprek ernaast. Wat heeft iemand nodig om maandag weer binnen te lopen?”

Voor wie is hij niet de juiste arts? Hij hoeft er niet lang over na te denken. “Voor een werkgever die vooral een dossier wil om iemand te kunnen ontslaan. Dat dossier komt er misschien. Maar niet omdat ik het zo opschrijf.”

Joost Verbeek zet werkgever en werknemer naast elkaar aan hetzelfde papier: wat iemand kan, en wat er nodig is om opnieuw te beginnen.

Kernzinnen:

1. Dicht bij zijn woorden: “Ik zeg wat iemand kan, en wat er nodig is om dat te veranderen.”

2. Gemiddeld scherp: Bedrijfsarts voor werkgevers die een eerlijk advies willen, ook als het tegenvalt.

3. Maximaal scherp: Ik kies geen kant. Ik kies de weg terug naar werk.

Voor wie wel: werkgevers die bij een ziekmelding een arts willen die ook het team meeneemt.

Voor wie niet: een werkgever die vooral een dossier zoekt om iemand te ontslaan.

Wat hij bewust anders doet: hij zit naast een werknemer in plaats van tegenover hem, en hij spreekt in de eerste weken korter en vaker af.

Ik ben Joost Verbeek, bedrijfsarts met een eigen praktijk in Amersfoort. Ik begeleid werknemers die ziek zijn of dreigen uit te vallen, en ik adviseer hun werkgever. In mijn spreekkamer zitten we naast elkaar, want ik ben van niemands kant. Ik zeg wat iemand kan en wat er nodig is om weer te beginnen. In de eerste weken spreek ik liever kort en vaak af dan lang en weinig.

  1. Tijdens mijn coschap vroeg een man bij elke visite wanneer hij weer aan het werk kon. Niemand had een antwoord, want het hoorde niet bij de behandeling. Voor hem was het de enige vraag die ertoe deed. Daarom werd ik bedrijfsarts.
  2. Een werkgever vroeg me vorige week of zijn medewerker echt ziek was. Die vraag beantwoord ik nooit. Ik zeg wat iemand kan, en wat er nodig is om dat te veranderen. Daar heeft iedereen meer aan, de werkgever ook.

Paginatitel: Bedrijfsarts Amersfoort | Joost Verbeek

Metabeschrijving: Bedrijfsarts met een eigen praktijk in Amersfoort. Eerlijk advies over wat iemand kan en wat er nodig is om weer aan het werk te gaan.

Bekijk het Portretpakket